Christelijk

Engel

Boodschapper; in de Bijbel vaak de figuur die in een droom spreekt.

Het woord engel komt van het Griekse angelos, boodschapper. Ook het Hebreeuwse malach betekent bode. In de Bijbel zijn engelen in de eerste plaats boodschappers van God: ze brengen een bericht, beschermen, waarschuwen of wijzen de weg. Ze zijn geen overleden mensen en geen goden, maar geschapen wezens in dienst van God.

Engelen verschijnen in de Bijbel opvallend vaak in dromen. In het Evangelie van Matteüs krijgt Jozef, de man van Maria, vier keer leiding in een droom, drie keer uitdrukkelijk door een engel: hij hoeft niet bang te zijn Maria tot vrouw te nemen, hij moet vluchten naar Egypte, hij mag terugkeren, en hij moet naar Galilea gaan. Elke keer staat Jozef op en doet wat hem gezegd is. Ook in de droom van Jakob klimmen engelen op en neer langs de ladder naar de hemel.

De eerste woorden van een engel in de Bijbel zijn vaak: wees niet bang. Een engel in een droom wordt in de christelijke traditie daarom meestal gelezen als troost, bescherming of leiding. Bekende namen zijn Gabriël, die de geboorte van Jezus aankondigt, en Michaël, die in Daniël en Openbaring als beschermer verschijnt.

Tegelijk vraagt de traditie om onderscheiding. Paulus waarschuwt dat ook de satan zich kan voordoen als engel van het licht, en schrijft dat zelfs een engel die een ander evangelie brengt, niet gevolgd moet worden. Een droom met een engel wordt daarom getoetst aan de Schrift, aan gebed en aan het oordeel van mensen die je vertrouwt.

Ook in de islam zijn engelen, malaika, belangrijk: Jibriel bracht de Koran. En in veel spirituele stromingen worden engelen als beschermers gezien. Op Dreamkin lees je per traditie hoe een engel in een droom wordt gelezen.

Verwante begrippen