Christelijk

Jozef

De bijbelse droomverklaringger; het model voor duiding binnen de traditie.

Jozef, de elfde zoon van Jakob, is de bekendste droomuitlegger uit de Bijbel. Zijn verhaal, in Genesis 37 tot 50, begint met twee dromen van hemzelf: schoven op het veld die buigen voor zijn schoof, en de zon, de maan en elf sterren die voor hem buigen. Zijn broers worden er jaloers van en verkopen hem als slaaf naar Egypte.

In Egypte belandt Jozef onschuldig in de gevangenis. Daar legt hij de dromen uit van de schenker en de bakker van de farao: de een krijgt zijn functie terug, de ander wordt terechtgesteld. Twee jaar later droomt de farao zelf, van zeven vette en zeven magere koeien en van zeven volle en zeven schrale aren. Niemand kan het uitleggen, tot Jozef wordt gehaald.

Het beslissende zinnetje staat in Genesis 40 en 41: uitleggen is niet aan mij, het is aan God. Jozef presenteert zichzelf niet als droomexpert, maar als iemand die van God afhankelijk is. Zijn uitleg is bovendien praktisch: zeven jaren van overvloed, zeven jaren van honger, en een plan om graan op te slaan. Zo wordt hij onderkoning van Egypte, en redt hij later ook zijn eigen familie.

In de christelijke traditie is Jozef daarom het voorbeeld van goede droomduiding: nederig, gebonden aan God, en gericht op wat nu te doen is. Het verhaal laat ook zien dat dromen tijd nodig hebben; zijn eigen jeugddromen komen pas jaren later en heel anders uit dan hij dacht.

Ook in de Koran staat dit verhaal, in de soera Yusuf, en in het jodendom is Josef een van de grote figuren. Voor Dreamkin is hij een van de weinige figuren die in drie tradities een brug vormt tussen dromen en uitleg.

Verwante begrippen