Vodou

Gwo bonanj en ti bonanj

De twee zielsdelen in de vodou: de grote goede engel die in de slaap reist, en de kleine goede engel, het geweten.

Volgens de Haïtiaanse vodou bestaat een mens niet alleen uit een lichaam, maar ook uit meerdere geestelijke delen. De twee bekendste zijn de gwo bonanj en de ti bonanj, in het Frans gros bon ange en ti bon ange: de grote goede engel en de kleine goede engel.

De gwo bonanj is de levenskracht en het bewustzijn: het deel dat denkt, voelt, zich herinnert en iemand zijn persoonlijkheid geeft. De ti bonanj lijkt meer op het geweten: het deel dat waakt over wat iemand doet, en dat na de dood getuigt van hoe iemand heeft geleefd. Daarnaast spreekt men van de mèt tèt, de lwa die de meester van iemands hoofd is.

Voor dromen is de gwo bonanj het belangrijkste begrip. Tijdens de slaap zou hij het lichaam kunnen verlaten en reizen. Wat je droomt, is in die opvatting soms wat de gwo bonanj onderweg meemaakt: ontmoetingen met levenden die ver weg zijn, met voorouders of met lwa. Daarom worden dromen in de vodou serieus genomen als mogelijke werkelijke ervaring.

Na de dood verblijft de gwo bonanj volgens de traditie een tijd onder het water, lanvè dlo, en wordt na een jaar en een dag met een ceremonie teruggehaald, zodat de overledene een voorouder kan worden die de familie bijstaat. Dromen over overledenen in het water worden soms met die overgang verbonden.

Omdat de gwo bonanj in de slaap zou reizen, zeggen sommige beoefenaars dat je iemand die diep slaapt en droomt niet ruw moet wekken.

Dreamkin beschrijft deze begrippen als een manier van kijken, niet als vaststelling over wat er met iemands ziel gebeurt.

Verwante begrippen