Jodendom

Kaddisj

Het joodse gebed dat rouwenden zeggen ter nagedachtenis van een overledene.

Het kaddisj is een Aramees gebed dat God heiligt en prijst. De openingswoorden luiden: groot gemaakt en geheiligd worde Zijn grote Naam. Opvallend is dat het gebed zelf niet over de dood gaat. Toch is het vooral bekend als rouwkaddisj, het gebed dat rouwenden zeggen ter nagedachtenis van een overledene.

Het kaddisj wordt gezegd in aanwezigheid van een minjan, een groep van tien volwassenen. Na het overlijden van een ouder zeggen kinderen het traditioneel elf maanden lang, dagelijks in de diensten, en daarna op de jahrzeit, de jaarlijkse sterfdag. Voor andere naasten, zoals een partner, broer of zus of kind, wordt het gezegd tijdens de eerste dertig dagen. Het idee is dat het prijzen van God door de nabestaanden de ziel van de overledene verheft.

Juist omdat het een lofprijzing is, wordt het kaddisj gezien als een daad van geloof midden in het verdriet: ondanks het verlies blijft de rouwende God erkennen. Veel mensen ervaren het ook als steun, omdat de gemeenschap antwoordt met amen en omdat je het niet alleen zegt.

In joodse droomduiding speelt het kaddisj een rol bij dromen over overleden ouders en familieleden. Een droom waarin een overledene verschijnt, zeker rond de jahrzeit of in het rouwjaar, wordt vaak gelezen als een aansporing om kaddisj te zeggen, een kaars te branden, tsedaka te geven of Tora te leren ter nagedachtenis. De traditie ziet zulke dromen minder als voorspelling dan als herinnering aan de band die blijft.

Wie zelf geen kaddisj kan zeggen, kan in veel gemeenschappen iemand vragen dat te doen. Dreamkin geeft deze achtergrond, maar wie vragen heeft over rouwgebruiken, stelt die aan een rabbijn.

Verwante begrippen