Wicca

Schaduwwerk

Werken met wat je liever niet ziet; dromen zijn daarin een belangrijke ingang.

Schaduwwerk is het bewust omgaan met de kanten van jezelf die je liever niet ziet: angsten, boosheid, jaloezie, schaamte, maar ook talenten die je hebt weggestopt. Het begrip schaduw komt van de psychiater Carl Gustav Jung, die ermee het deel van de persoonlijkheid bedoelde dat we niet als eigen herkennen en daarom vaak op anderen projecteren.

In moderne wicca en verwante spirituele praktijken is schaduwwerk een belangrijk onderdeel geworden. Het idee is dat je niet alleen het licht moet omarmen, maar ook het donker. Wat je wegduwt, verdwijnt niet, maar werkt ongemerkt door. Door het te leren kennen, kan het zijn kracht verliezen of zelfs een bron van kracht worden. Veel beoefenaars koppelen schaduwwerk aan de donkere maan en aan de donkere helft van het jaar, rond Samhain.

Dromen zijn een van de belangrijkste ingangen voor schaduwwerk. In dromen laat de schaduw zich vaak zien in figuren die je afschrikken: een achtervolger, een vreemde in huis, een persoon die je niet mag, of een dier dat je bang maakt. Jung zag zulke figuren niet als vijanden, maar als delen van jezelf die aandacht vragen. Een nachtmerrie wordt in dit licht gelezen als een aanbod, niet als een straf.

De praktijk is eenvoudig maar vraagt geduld. Veel mensen schrijven zulke dromen op zonder oordeel, en stellen zich vragen als: wat stoort mij aan deze figuur, waar herken ik dat in mezelf, en wat zou er gebeuren als ik niet wegliep? Na weken of maanden worden patronen zichtbaar.

Schaduwwerk kan pijnlijke herinneringen raken. Wie daar last van krijgt, zoekt bij voorkeur begeleiding van een therapeut. Op Dreamkin wordt schaduwwerk in wicca-lezingen genoemd als manier van kijken, niet als behandeling.

Verwante begrippen