Boeddhisme

Metta

Liefdevolle vriendelijkheid: de oefening om jezelf en anderen goeds toe te wensen.

Metta is een Pali-woord dat meestal vertaald wordt als liefdevolle vriendelijkheid. Het is de wens dat alle wezens gelukkig zijn en vrij van lijden, zonder voorwaarden en zonder iets terug te verwachten. In het boeddhisme is metta de eerste van de vier brahmavihara's, de verheven verblijfplaatsen, samen met mededogen, meevreugde en gelijkmoedigheid.

De bekendste tekst is de Metta Sutta, waarin de Boeddha vraagt om liefde voor alle wezens te koesteren zoals een moeder haar enige kind beschermt met haar leven. In de metta-meditatie wordt die houding stap voor stap geoefend: eerst voor jezelf, dan voor iemand die je dierbaar is, dan voor een neutraal iemand, dan voor iemand met wie je moeite hebt, en ten slotte voor alle wezens. Vaak worden daarbij zinnen herhaald als: moge ik gelukkig zijn, moge ik veilig zijn, moge ik vrij zijn van lijden.

Opvallend is dat de Boeddha in een andere tekst elf voordelen van metta noemt, en een daarvan gaat over slaap en dromen. Wie metta beoefent, zou rustig slapen, rustig ontwaken en geen nare dromen hebben. Daarom beoefenen veel boeddhisten metta voor het slapengaan, of na een nachtmerrie.

In droomduiding speelt metta een praktische rol. Na een droom waarin je ruzie maakt, iemand kwijtraakt of bang bent, kan een korte metta-meditatie helpen om het gevoel te laten zakken. Wie droomt van iemand met wie het moeilijk is, kan metta naar die persoon sturen, zonder goed te keuren wat er gebeurde.

Metta is geen gevoel dat je moet forceren, maar een richting die je oefent. Op Dreamkin noemen de boeddhistische lezingen metta vaak als eenvoudige manier om met een droom om te gaan.

Verwante begrippen